U bent hier:   Start  /  Statenbijbel en schuilkerk  /  Adrianus van den Borre
  • v15_4

Adrianus van den Borre

Kraagsteen in de Geertruidskerk, voorstellende een oude man op pelgrimstocht. Dit is de enige kraagsteen die nog origineel is in de kerk en dus stamt van vóór de reformatie.

Het nieuwe geloof was er, maar onenigheid over de interpretatie van de Bijbeltekst en over de verhouding tussen staat en kerk zorgden voor conflict. In het begin van de zeventiende eeuw stonden binnen de jonge protestantse geloofsgemeenschap remonstranten (de ‘rekkelijken’) en contraremonstranten (de ‘preciezen’) tegenover elkaar. Deze strijd begon als twist tussen twee theologen (Arminius en Gomaris) en ontaarde in politieke rellen. Prins Maurits koos de zijde van de contraremonstranten en stelde orde op zaken, waarbij Johan van Oldenbarnevelt werd onthoofd en Hugo de Groot in slot Loevestein werd opgesloten.
In deze setting speelde een in Geertruidenberg geboren domineeszoon een aanzienlijke rol. Zijn naam was Adrianus van den Borre. Net als zijn vader en zijn twee broers (Antipas en Samuel) werd hij predikant. Zijn vader was Lieve (Levinus) van den Borre, een uit Brugge afkomstige predikant die tussen 1577 en 1589 werkzaam was in Geertruidenberg. Lieve gaf met instemming van de kerkenraad en de Bergse magistraat aan zoon Adriaan de gelegenheid zo nu en dan als predikant in de Geertruidskerk voor te gaan en te preken. De classis ging hiermee echter niet akkoord. Adriaan had namelijk geen examen afgelegd. Besloten werd dat Adriaan een proefpreek moest houden en dat hij hierop beoordeeld zou worden. Deze preek vond plaats in de Geertruidskerk en had als onderwerp “Het woord is vlees geworden”. In 1587 werd de proefpreek akkoord bevonden. Adriaan kon nu officieel aan de slag als tweede predikant in Geertruidenberg naast zijn vader. Twee jaar later viel de stad in Spaanse handen en moest het domineesgezin de stad verlaten. Vader Lieve werd beroepen in Schoonhoven, waar hij tot zijn dood in 1610 bleef. Adriaan werd in 1590 dominee in Strijen en in 1604 in Leiden. Daar volgde hij aan de universiteit colleges theologie en kwam in aanraking met de theologische denkers in de Republiek. Hij werd een overtuigd remonstrant. Zijn twee broers echter waren felle contraremonstranten.
Waar ging de strijd over? In feite over de verhouding tussen kerk en staat. Aan de ene kant stonden degenen die vonden dat de staat medezeggenschap moest hebben in de kerk (onder aanvoering van Arminius) en aan de andere kant stonden zij die meenden dat de kerkleden onderling de belijdenis moesten bepalen (onder aanvoering van Gomarus). Het dispuut waar het zich op toespitste ging over de predestinatie. Kan de mens zijn lot (hemel of hel na de dood) beïnvloeden door goed te leven (Arminius) of heeft God vooraf dat lot al bepaald (Gomarus)?
Na de dood van Arminius nam Adrianus, samen met onder andere Johannes Uitenbogaert (Wttenbogaert) en Simon Bisschop (Episcopius), de verdediging van de remonstrantse zienswijze op zich. Ze schreven betogen, gaven colleges aan theologiestudenten en spraken in de Staten-Generaal. Ze gingen uit van de vrije wil van de mens en preekten verdraagzaamheid. De in 1618 in Dordrecht gehouden synode koos de contraremonstrantse kant. Ook de Bijbelvertaling stond in het teken van de op de synode vastgestelde leer van de predestinatie.
De remonstranten vielen in ongenade. Adriaan van den Borre werd uit zijn ambt van predikant geschorst, afgezet en vervolgens verbannen. Hij trok vanuit zijn woonplaats Leiden naar Waalwijk, dat toen in het generaliteitsgebied lag en waar de Remonstrantse Broederschap zich gevestigd had. Simon Bisschop, Johannes Uitenbogaert en de ontsnapte Hugo de Groot voegden zich korte tijd bij hem in Waalwijk. Adrianus reisde in vermomming door de Republiek om heimelijk de belangen van de remonstrantse zaak te dienen. Ternauwernood ontkwam hij aan gevangenschap. Toen de remonstranten ten onrechte verdacht werden van een aanslag op prins Maurits schreef hij een brief aan de prins en de Staten-Generaal. Daarin kwam hij op voor de onschuld van de remonstranten en voor het recht om hun geloof te handhaven. Hij eiste vrijheid en verdraagzaamheid in de godsdienst, niet alleen voor de remonstranten, maar voor alle gelovigen, inclusief de katholieken. Op één van zijn gevaarlijke reizen bezweek hij aan de ontberingen. Hij mocht niet meer meemaken dat het de remonstranten, net als de katholieken, werd toegestaan ‘in het verborgene’ eigen kerken te hebben.

 2013  /  Statenbijbel en schuilkerk  /  Laatste update 18 september, 2013 door Cke  /