U bent hier:   Start  /  Canon  /  Donge en Amer
  • v30_1
  • v30_2

Donge en Amer

De Dongecentrale, bestaande uit centrales 1 en 2 die van 1919 tot 1952 in gebruik waren voor de opwekking van elektriciteit. Bron: Land onder stroom, pagina 34, foto Martien Coppens.

Het uitzicht vanaf de Markt in Geertruidenberg wordt bepaald door twee torens: de oude toren van de Geertruidskerk en de recentere koeltoren van de Amercentrale. De geschiedenis van de elektriciteitsopwekking in Geertruidenberg begint in Raamsdonksveer. Aan de Donge schuin tegenover de huidige watertoren richtte de ‘N.V. Electriciteitscentrale Raamsdonk’ in 1908 een centrale in voor de opwekking van elektriciteit ten behoeve van algemeen gebruik. Elektriciteit als bron voor verlichting en kracht was een nieuw fenomeen. In de beginjaren was lang niet iedereen overtuigd van het nut en de veiligheid ervan. Ondanks uitgebreide voorlichting aan bewoners en bedrijven over de toepasbaarheid van elektriciteit lukte het de Raamsdonkse centrale niet om voldoende afnemers te vinden. In 1919 volgde overname door de PNEM. De PNEM werd in 1914 opgericht: de N.V. Provinciale Noordbrabantsche Electriciteits-Maatschappij. In de statuten staat beschreven dat de maatschappij tot doel had: opwekking en distributie van elektriciteit, waarbij de verspreiding ervan over een zo uitgestrekt mogelijk gebied tegen een redelijke prijs zou moeten plaatsvinden. Of zoals bij de oprichtingsbijeenkomst werd gezegd: Een universele vorm van licht, kracht en warmte voor iedere Brabander. Rijk of arm, boer of burger, industrieel of huismoeder. De PNEM zocht een locatie voor een bedrijfszekere elektriciteitscentrale met voldoende capaciteit om de hele provincie van stroom te voorzien. Dit werd Geertruidenberg. In 1919 werd aan de Donge de Dongecentrale 1 in gebruik genomen. Ligging aan het water was belangrijk voor het benodigde koelwater. Ten behoeve van de distributie werd een hoogspanningsnet van twee ringleidingen door de provincie aangelegd met zeven transformatorstations in de grote steden. Later werd dit distributienet aanzienlijk uitgebreid, want de vraag naar elektriciteit nam na 1920 sterk toe. In 1928 startte de bouw van Dongecentrale 2 om met name de fabrieken in Eindhoven van meer stroom te kunnen voorzien. In 1933 was centrale 2 gereed. In oktober 1944 leed de Dongecentrale enorme schade: machines, transformatoren en schakelaanleg werden door de terugtrekkende Duitse troepen opgeblazen. Vrijwel onmiddellijk werd gestart met noodvoorzieningen en in 1947 was de Dongecentrale weer volledig in gebruik. Al spoedig daarna was de  maximale capaciteit van de beide centrales bereikt. Besloten werd om een nieuw complex te bouwen aan de Amer. Met geld dat door de Marshall-hulp ter beschikking was gesteld, kon dit project gerealiseerd worden. In 1952 werd de Amercentrale 1 officieel in gebruik genomen. In 1987 hield de PNEM op te bestaan. PNEM en de Limburgse PLEM gingen samen op in EPZ, de Elektriciteits Productiemaatschappij Zuid-Nederland. In 1990 kwam ook de Zeeuwse PZEM erbij. Tien jaar later, in 2000, volgende binnen EPZ een reorganisatie. EPZ bleef bestaan, maar richtte zich voortaan op de kerncentrale in Borssele. De centrales in Noord-Brabant en Limburg gingen verder onder Essent. In 2009 werd Essent verkocht aan het Duitse RWE, Rheinisch-Westfälisches Elektrizitätswerk, met de afspraak dat Essent als zelfstandige organisatie in Nederland zal blijven opereren.

v30_2
De beide centrales in één plaatje. Van links naar rechts: koeltoren, Dongecentrale (bruin bakstenen gebouw) en Amercentrale (drie rokende pijpen).
Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

 2013  /  Canon, Elektriciteitscentrale  /  Laatste update 17 september, 2013 door Cke  /