U bent hier:   Start  /  Dichterlijk klaverblad  /  Juliana de Lannoy
  • v20_4

Juliana de Lannoy

Juliana de Lannoy, schilderij van Niels Rode, 1778. Op de tafel, naast haar elleboog, liggen vier door haar gewonnen penningen. Het zijn de vier genootschapsprijzen (1 goud, 3 zilver) die zij uitgereikt kreeg als waardering voor haar gedichten.
Bron: Het Noordbrabants Museum, ’s-Hertogenbosch. In bruikleen gegeven aan Museum De Roos, Geertruidenberg.

Juliana Cornelia de Lannoy werd in 1738 in Breda geboren als oudste dochter van Carel Wijnandus de Lannoy en Maria Aletta Schull. Na haar kreeg het echtpaar nog drie kinderen: Adam, Margarita (stierf als baby) en Aelbert (stierf toen hij drie was). Carel de Lannoy was militair en vertrok uit Breda, waarna Maria Schull met de kinderen bij haar ouders in Nijmegen ging wonen. In Nijmegen maakte Juliana kennis met de boeken uit de bibliotheek van haar grootvader en werd haar liefde voor literatuur geboren. Als kind was ze ernstig ziek. Toen Juliana elf was, ging ze naar familie in Zutphen. Haar grootouders, moeder en broertje Aelbert waren overleden. Haar broer Adam bleef in Nijmegen op kostschool. In Zutphen verbleef ze bij haar oudoom De Lannoy, waar in huis Frans gesproken werd en die de Waalse kerk bezocht. Ze hechtte zich bijzonder aan haar negentien jaar oudere neef Jan Hendrik de Lannoy.
In 1752 huwde Carel de Lannoy met Paulina Aleide Putman en ging met haar in Deventer wonen, waar Juliana zich bij hen voegde en waar haar halfbroer Adolf Hendrik werd geboren. Zes jaar later verhuisde het gezin naar Geertruidenberg. Carel de Lannoy aanvaarde er de post van groot-majoor, de hoogste militaire functie direct onder de vestingcommandant. Juliana leerde, net als iedere jonge vrouw in bepaalde kringen, schilderen. Van haar hand zijn een zelfportret en een bloemstilleven bekend. Haar hart ging echter uit naar schrijven. Ze wilde een groot schrijver worden, maar dat was in de door mannen gedomineerde literaire wereld niet gemakkelijk. Ze gaf haar eigen geest toestemming om te dichten met de woorden:
Wel aan, ik twist niet meer, ’t waar toch maar tijd verlooren
Maak vaerzen, leez en schrijf, ligt zien wij met er tijd
Dat Neêrland aan uw kunde een prachtige eerzuil wijdt
Hieruit blijkt haar ambitie.

Het was bijzonder moeilijk voor vrouwelijke dichters om erkenning te krijgen. Hun gedichten werden gewaardeerd, maar vrouwen mochten niet als mannen lid worden van literaire genootschappen. Er was in de achttiende-eeuwse maatschappij geen gelijke behandeling van vrouw en man. De belangrijkste taak van de vrouw lag binnen het gezin. Tot op zekere hoogte mochten ze kennis vergaren, indien deze kennis nuttig was voor hun rol als moeder. Binnen de beperkte mogelijkheden eisten sommige vrouwen hun rechten op. Dit deed ook Juliana de Lannoy. In veel van haar gedichten nam ze het, op een subtiele en humoristische manier, op voor de positie van de vrouw. Ze accepteerde de vrouwelijke nederigheid in een door mannen gedomineerde wereld, maar wilde wel de waardering van beroepsgenoten. De eer die haar ten beurt viel om als eerste vrouw toegelaten te worden als honorair lid van een dichtgenootschap en bovendien nog de eerste vrouw te zijn die dichtgenootschappelijk eremetaal won, versterkten haar gevoel van eigenwaarde.
Ze had veelvuldige contacten met andere dichters en correspondeerde in haar laatste levensjaren met de jonge Willem Bilderdijk en Rijnvis Feith. Bilderdijk stuurde haar zijn werk. Ze was vaak pittig in haar kritiek, maar had grote waardering voor hetgeen ze van hem las. Deze bekende Nederlandse dichter nam haar aanwijzingen serieus en herdacht haar in zijn eigen gedichten, waaruit een diepgaande wederzijdse achting blijkt.
Op 18 februari 1782 overleed ze en werd in de kelder van de Geertruidskerk bijgezet. Zestien dagen later overleed ook haar vader. Hij werd met militaire eer begraven en bijgezet in het koor van dezelfde kerk.

 2013  /  Dichterlijk klaverblad  /  Laatste update 16 september, 2013 door Cke  /