U bent hier:   Start  /  Prinsenhof  /  Nassause Domeinen
  • v14_3

Nassause Domeinen

De sluitsteen van de grafkelder in de Grote Kerk van Breda. In deze grafkelder zijn leden van de familie Van Oranje-Nassau bijgezet.

Het scheelde niet veel of alle Oranjes waren in de Grote Kerk van Breda begraven in plaats van in de Nieuwe Kerk van Delft. Willem van Oranje verbleef veel in het kasteel in Breda en in het door hem gebouwde Prinsenhof in Geertruidenberg.
Zijn oom Hendrik III, zijn neef René van Chalon, zijn eerste vrouw Anna van Buren en zijn dochtertje Maria liggen begraven in de Grote Kerk van Breda. De sluitsteen die destijds door koningin Wilhelmina is onthuld, vermeldt hun namen. Willem van Oranje had de wens om bij hen in deze grafkelder bijgezet te worden, maar toen hij in 1584 vermoord werd, was Breda in Spaanse handen. Daarom was het onmogelijk om zijn wens in te willigen en kreeg hij een praalgraf in de Nieuwe Kerk van Delft. In de grafkelder van deze Delftse kerk zijn daarna alle leden van het Koninklijk Huis bijgezet.
De bezittingen van Oranje-Nassau bestonden uit grondgebied, kastelen en landhuizen in heel West-Europa. Grote delen van het huidige Nederland waren in het bezit van deze familie. Het hele westen van Noord-Brabant was Nassaus domein, behalve Bergen op Zoom en Zevenbergen. Met de inkomsten uit hun bezittingen kon de familie hofhouding, paleizen en kunstcollecties betalen. Ze waren extreem rijk. Omstreeks 1500 werd hun bezit, omgerekend naar hedendaags geld, geschat op ongeveer 5 miljard euro met een jaarlijkse opbrengst van 400 miljoen euro.
De basis van dit vermogen werd in de veertiende eeuw gelegd door Willem van Duvenvoorde. De man die in 1323 het kasteel in Geertruidenberg bouwde. Willem van Duvenvoorde was een bastaard zoon van Filips van Duvenvoorde, heer van Wassenaar. Hij won het vertrouwen van hoge edelen, waaronder de graven van Holland en de hertogen van Brabant. In die tijd bestonden nog geen banken of andere instellingen waar men geld kon lenen en de graven en hertogen hadden door hun onderlinge strijd altijd geld nodig. Willem van Duvenvoorde trad op als hun geldschieter, waarbij hij forse winsten maakte. Zo kreeg hij de kans om zijn geld in land te investeren, waardoor zijn kapitaal verder kon groeien. Bij zijn dood in 1350 liet hij een bijzonder uitgebreid landbezit na. Hij had geen wettelijke kinderen en daarom maakte hij het grootste deel van zijn erfenis over aan zijn Bredase neef Jan van Polanen. Deze Jan had één kind, dochter Johanna van Polanen, die op haar beurt het vermogen erfde. Johanna trouwde in 1403 met Engelbrecht van Nassau. Via bijzonder gunstige huwelijken slaagden de nazaten van Johanna en Engelbrecht erin het bezit en het vermogen verder en verder uit te breiden. Zo trouwde Hendrik III van Nassau in 1515 met Claudia van Chalon, prinses van Orange. Hierdoor kon het prinsdom Orange in Frankrijk aan het Nassause bezit worden toegevoegd. De enige zoon van Hendrik en Claudia, René, stierf in 1544. Willem I de Zwijger, graaf van Nassau, werd zijn erfgenaam, waardoor wij hem kennen als Willem van Oranje.
Willem van Oranje bezat dus een aanzienlijk vermogen aan landerijen en kastelen. Via zijn vier huwelijken voegde hij daar nog bezittingen en rechten aan toe. Al deze zaken werden beheerd door de Nassause Domeinraad. Deze raad was gevestigd in Breda en vanaf de zeventiende eeuw in Den Haag. Het beheer over de goederen werd uitgevoerd door talloze rentmeesters, die lokaal het toezicht hielden op de heerlijke rechten (aanspraken van de heer). Zij zorgden dat pacht, belasting en tol betaald werden en dat bestuur en rechtspraak naar behoren verliepen. De domeinen in het noordelijke deel van West-Brabant werden beheerd door de rentmeester, die in Geertruidenberg woonde. In feite was hij de belangrijkste man in de stad. Dat wil zeggen, als de prins niet zelf aanwezig was, wat meestal het geval was. Geertruidenberg was en is een ‘Oranjestad’: Willem van Oranje was Heer van Geertruidenberg.
In 1795 werden na de komst van de Fransen de heerlijke rechten afgeschaft. De Nassause goederen werden verbeurd verklaard en vervielen uiteindelijk in 1848 aan de staat onder de naam Kroondomeinen. De titels, zoals Heer van Geertruidenberg, zijn blijven bestaan en maken nog steeds deel uit van de naam van onze koning Willem-Alexander: “Zijne Koninklijke Hoogheid Willem-Alexander, koning der Nederlanden, prins van Oranje-Nassau, jonkheer van Amsberg enzovoort, enzovoort”. En in die “enzovoort” zit dus ook Heer van Geertruidenberg.

 

 2013  /  Prinsenhof  /  Laatste update 16 september, 2013 door Cke  /