U bent hier:   Start  /  Tachtigjarige Oorlog  /  Avontuur
  • v13_4

Avontuur

Made (Meede, de May, die Meede) op een detail van een ingekleurde kaart van het beleg van Geertruidenberg door prins Maurits in 1593. De plaatsen op de kaart zijn niet natuurgetrouw weergegeven.
Bron: Breda’s Museum.

Vóór 1600 weten we erg weinig van de inwoners van ons land. De registratie van burgers vond zeer sporadisch plaats. Als we geluk hebben, vinden we lijsten van geboorten, huwelijken en begrafenissen die pastoors bijhielden of lijsten van pachters die rentmeesters bij het innen van de pacht opmaakten, maar meestal zijn deze verloren gegaan of nooit aangelegd. Natuurlijk moesten de poorters en buitenpoorters belasting betalen. Directe belastingen op aangekochte goederen (de cijns, zoals nu bijvoorbeeld de accijns op alcohol en rookwaren) en belastingen op bezit of op oogst. De bestuurders lieten eens in de zoveel tijd tellingen verrichten. Zo weten we soms hoeveel huizen er stonden, hoeveel inwoners er ongeveer waren en hoeveel de grond in totaal opbracht. Over de gewone man weten we in feite niets. Namen, gezichten, bezit of armoede van onze voorouders blijven onbekend in een tijd waarin afspraken mondeling geregeld werden. Heel soms onttrekt een persoon zich aan deze vergetelheid en weten we een naam. Een man of vrouw die nog jaren na bepaalde gebeurtenissen tot de verbeelding sprak of die bijzondere daden verrichtte. Zo’n man woonde in Made, waarschijnlijk geboren in 1573, het jaar waarin de geuzen Geertruidenberg innamen. Tot 1795 hoorde het dorp Made bij de stad Geertruidenberg. In de Tachtigjarige Oorlog kwam Made, net als alle andere plaatsen rond de stad, in de vuurlinie te liggen. De gehele omgeving werd overspoeld door soldaten, van zowel de ene als de andere partij. De soldaten moesten goedschiks dan wel kwaadschiks gevoed en gehuisvest worden. Land ging op de schop om plaats te maken voor militaire stellingen. Het spreekt voor zich dat het leven van de boeren in zo’n oorlogssituatie helemaal op z’n kop kwam te staan en dat ze slechts met veel moeite konden overleven.
De inwoner van Made wiens naam en daden bewaard zijn gebleven, is Adriaan Willemszoon Avontuur. Hij was de derde zoon van Willem Jacobszoon Sopper. Aanvankelijk had ook hij de achternaam Sopper, maar door zijn avontuurlijke karakter kreeg hij de toevoeging alias Avontuur. Deze alias werd later zijn achternaam en hij is de voorvader van alle mensen met deze achternaam in Made en omgeving. Adriaan Sopper alias Avontuur was ongeveer twintig jaar tijdens de heftige belegering van Geertruidenberg door prins Maurits in 1593. Hij was bouwman (boer), maar tijdens die belegering trad hij op als ruiter (paardrijder, wellicht soldaat te paard) voor de Staatse troepen. Hij overleefde de oorlog, trouwde met Lijsken Adriaensdochter Stevens en ging verder met zijn werkzaamheden als boer in Made. De daar heersende onvrede over de oorlogsschade deed hem besluiten om naar de Staten-Generaal te gaan. Het stadsbestuur van Geertruidenberg ondersteunde de Madenaren waarschijnlijk te weinig in zijn ogen en dus ging hij zelf op pad. Namens de gedupeerde inwoners van Made overhandigde hij een request (verzoek) tot schadeloosstelling: men had paarden en wagens aan het leger uitgeleend en nooit terug ontvangen, men had misoogsten gehad en inundatie van het land ondergaan. Helaas weten we niet of Adriaan succesvol was in Den Haag. Zijn naam is in ieder geval bewaard gebleven, inclusief kleine puzzelstukjes van zijn leven. Dat de inwoners van Made hem en zijn inspanningen waardeerden, blijkt uit het feit dat hij later gesworene en burgemeester van Made werd. Made kreeg namelijk van Geertruidenberg een dorpsraad, die onder toezicht stond van het stadsbestuur. Het bleek de eerste stap te zijn in de richting van zelfstandigheid, waarbij ook nazaten van Adriaan met de naam Avontuur betrokken waren.

 2013  /  Tachtigjarige Oorlog  /  Laatste update 16 september, 2013 door Cke  /